Asymmetrisch hoofdstand of asymmetrisch gebruik van armen of benen bij baby's: Wanneer een baby een opvallende voorkeur heeft om met zijn hoofd naar één kant gedraaid te liggen en het zijn hoofd duidelijk minder vaak en minder ver naar de andere kant draaien kan, is er sprake van een asymmetrische ontwikkeling.
De ontwikkeling van een baby is in de eerste paar weken gericht op het leren richten en balanceren van zijn hoofd. Zo krijgt het controle over zijn hoofdbewegingen.
Wanneer het kind zijn hoofd niet goed naar één kant wil of kan bewegen is er een kans dat tijdens de verdere motorische ontwikkeling ook asymmetrieën ontstaan. Wanneer er sprake is van asymmetrie kan de normale ontwikkeling belemmerd en vertraagd worden.
De ontwikkeling van een jong kind is ook gericht op het symmetrisch leren gebruiken van armen. Zo is het belangrijk dat een kind, wanneer het op zijn rug ligt, zijn handen samen kan brengen vóór zijn ogen. De ogen en de handen kunnen dan samen gaan werken in het ontdekken van zijn eigen lichaam en de wereld om hem heen.
Ook de samenwerking van beide benen is belangrijk voor zijn ontwikkeling. Voor het leren kruipen en overeind komen zijn even goed werkende benen belangrijk. Later leert de peuter springen met beide benen tegelijk. Een kleuter leert dan weer hinkelen maar wel met beide benen.
Wanneer uw kind een opvallende voorkeur voor links of rechts heeft en de andere kant weinig gebruikt kunt u contact opnemen met het consultatiebureau. De jeugdarts kan dan beoordelen of het nodig is om actie te ondernemen. Het consultatiebureau geeft vaak adviezen om de asymmetrie bij baby's te verminderen.
Vaak lukt het ondanks deze adviezen onvoldoende om de asymmetrische ontwikkeling bij te sturen. Het ontwikkelingsproces en de oefeningen worden snel duidelijk als u de hulp inroept van een kinderoefentherapeut. Wij kunnen u en uw kind kortdurend adviseren en begeleiden. Hiervoor is meestal géén langdurige therapie nodig.
Terug naar de vorige pagina klik hier